Ga naar de inhoud

PB-03: Nieuwe prijs berekenen bij eenvoudige korting.

Leerdoel: de leerling uit groep 7 kan de nieuwe prijs berekenen als de oorspronkelijke prijs en een eenvoudig kortingspercentage (10%, 20%, 25% of 50%) gegeven zijn.


Wat betekent dit nou eigenlijk?

Bij korting gebeurt er iets belangrijks:

  1. Je berekent eerst hoeveel de korting is.
  2. Daarna trek je dat bedrag van de oude prijs af.

Een paar handige weetjes:

  • 10% = een tiende (delen door 10)
  • 20% = twee tienden (delen door 5)
  • 25% = een kwart (delen door 4)
  • 33,3% = een derde (delen door 3)
  • 50% = de helft (delen door 2)

Als je dat weet, kun je sneller rekenen.

Voorbeeldsom

Je krijgt 33,3 % korting op een monsterbal wanneer je er drie tegelijk koopt. Hoeveel betaal je als een monster €6 per stuk is.

33,3% is een derde.

Een derde van €18 is 18 delen door 3, dus €18 : 3 = 6.

Dus je krijgt €6 korting. Je betaalt dan €18 – €6 = €12.

Dat betekent eigenlijk:
Je betaalt voor 2 monsterballen en krijgt er 1 gratis.

Oefenvragen

1.

Een rugzak kost €60. Er is 10% korting. Wat is de nieuwe prijs?

A) €50
B) €54
C) €56
D) €58


2.

Een fiets kost €200. Er is 20% korting. Wat betaal je?

A) €150
B) €160
C) €170
D) €180


3.

Een spelcomputer kost €120. Er is 25% korting. Wat kost hij nu?

A) €80
B) €85
C) €90
D) €95


4.

Een winterjas kost €140. Er is 50% korting. Wat betaal je?

A) €60
B) €65
C) €70
D) €75


5.

Een horloge kost €90. Er is 20% korting. Wat is de nieuwe prijs?

A) €70
B) €72
C) €75
D) €78


Antwoorden

  1. B (10% van 60 = 6 → 60 − 6 = 54)
  2. B (20% van 200 = 40 → 200 − 40 = 160)
  3. C (25% van 120 = 30 → 120 − 30 = 90)
  4. C (50% van 140 = 70 → 140 − 70 = 70)
  5. B (20% van 90 = 18 → 90 − 18 = 72)

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *