Leerdoel: Leerling uit groep 7 Rekenen met eenvoudige percentages (10%, 20%, 25% en 50%) en hoeveelheden én nieuwe prijs berekenen met eenvoudige kortingen.
Wat betekent dit nou eigenlijk?
Een percentage vertelt hoeveel delen van de 100 je hebt. Bijvoorbeeld:
- 10% betekent 10 van de 100 (100 :10 = 10 delen)
- 20% betekent 20 van de 100 (100 : 20 = 5 delen)
- 25% betekent 25 van de 100 (100 : 25 = 4 delen)
- 50% betekent 50 van de 100 (100 : 50 = 2 delen)
In het dagelijks leven zie je percentages overal terug: bij kortingen in winkels, bij geld op de bank en bijvoorbeeld bij groei of daling.
In groep 7 leer je:
- Hoe je eenvoudige percentages omzet naar bedragen of aantallen, zoals 25% van €80 of 10% van 300.
- Hoe je met zo’n percentage een korting kunt berekenen: je rekent eerst de korting uit, en daarna trek je die van de oorspronkelijke prijs af..
Voorbeeldsom:
Vraag: Een maliënkolder kost 80 goustukken. Je krijgt 25% korting. Hoeveel is dat?

25% van 80 betekent 0,25 x 80 (of 80 delen door 4). 0,25 x 80 = 20 goudstukken.
Oefenvragen
1.
10% van 80 is:
A) 4
B) 8
C) 16
D) 20
2.
20% van 50 is:
A) 5
B) 8
C) 10
D) 15
3.
25% van 120 is:
A) 20
B) 25
C) 30
D) 40
4.
Een boek kost €40.
Er is 10% korting.
Wat is de nieuwe prijs?
A) €34
B) €35
C) €36
D) €38
5.
Een spel kost €90.
Er is 20% korting.
Wat betaal je?
A) €60
B) €70
C) €72
D) €80
Antwoorden
C (20% van 90 = 18 → 90 − 18 = 72)
B (10% van 80 = 8)
C (20% van 50 = 10)
C (25% = 1/4 van 120 = 30)
C (10% van 40 = 4 → 40 − 4 = 36)