Thema: Meten en meetkunde
Onderdeel: inhoud (liters omrekenen)
Niveau: 1f en 2f
Taalniveau: A2
Leerdoel: omrekenen van liters

Wanneer we de inhoud hebben berekend, praten we over een kubieke, vooral wanneer het gaat om grote dingen, zoals containers, huizen, vrachtwagens, etc. Wanneer we praten over kleinere dingen, zoals verhuisdozen, melkpakken of iets groots waar vloeistof in gaat, zoals zwembaden, praten we eerder hoeveel liter erin past.
In de vorige les hebben we geleerd dat 1 dm3 hetzelfde is als 1 liter.
Voor het omrekenen gebruiken we dezelfde trap als bij gewichten en lengte.
Opdracht 1: reken om
| Inhoud | |||
| 2,5 liter = | ml | 0,724 kl = | dal |
| 50 dl = | hl | 34,2 liter = | ml |
| 104 hl = | l | 2,34 cl = | ml |
| 616 cl = | l | 171,2 ml = | l |
| 1692 ml = | dl | 27,0 dl = | kl |

Opdracht 2: reken om
Dit drankje kost €1,75 bij de Albert Heijn. Je hebt een liter nodig.
A) Hoeveel drankjes moet je kopen voor 1 liter?
B Kijk naar vraag a. Hoeveel cl heb ik dan teveel?
C) Hoeveel moet je betalen als je een liter koopt?
Opdracht 3: Middeleeuwen (2f)

Opdracht 4: De maatbeker

Opdracht 5: Reken uit
- Ik maak pannenkoeken. Ik heb 0,8 liter pannenkoekenmix. Ik voeg daar 75 ml gesmolten boter aan toe. Hoeveel liter pannenkoekenmix heb ik nu?
- Ik koop een pot rode verf van 25 liter. Ik heb nog een 75 dl blauwe verf staan. Als dit samen gemengd wordt, hoeveel liter paarse verf heb ik dan?
- In een aquarium zit 3,5 hl koud water. Ik doe daar 0,05 kl voedingsstof aan toe, hoeveel liter heb ik dan
Opdracht 6: Tomatensoep

A) Hoeveel ml olijfolie gaat er in dit gerecht.
B) Hoeveel el gaat er in een liter olijfolie? Rond af op hele getallen
C) Als je alle ingrediënten hebt gemixt, moet je volgens het recept alles pureren. Je houdt dan 1,25 liter soep over. Hoeveel dl soep hou je over als je het water weglaat?