Leerdoel (1F): De leerling kan eenvoudige verhoudingen omzetten naar percentages, bijvoorbeeld met een verhoudingstabel waarin wordt gerekend naar 100.
Leerdoel (1S): Hierbij wordt nog steeds gerekend naar 100, maar met moeilijkere getallen of zonder context.
Wat betekent dit nou eigenlijk? (1F)
Soms staat er iets als “1 op de 4” in een tekst. Dan wil je weten: hoeveel procent is dat?
Bij dit leerdoel leer je dat een verhouding zoals 1 op 4 ook betekent:
- 1 van de 4 = ¼
- Dat is 25 op de 100
- En dus 25%
Je leert hierbij handig naar 100 toe rekenen, bijvoorbeeld met een verhoudingstabel, en soms zelfs uit je hoofd.
Voorbeeld

We kijken eerst naar de breuk: 5 van de 20 = 5/20
Die breuk kun je eenvoudiger maken: 5/20 = 1/4
Dus de kat heeft een kwart van alle baklava’s opgegeten.
En een kwart is: 25% Dus het antwoord is: 25% is verdwenen.
Oefenvragen
In een zonnig plein in Havana rond 1920 is een grote salsawedstrijd bezig. Er dansen 50 mensen op muziek van een live band met trommels en gitaren. Tussen de dansers zie je:

- een groep dansers die soepel en snel bewegen
- en een kleine groep van 5 dansers die langzaam en houterig bewegen.
Hoeveel procent van alle deelnemers heeft langzame bewegingen?