Ga naar de inhoud

BG-14: Relatielijst breuken en decimalen.

Leerdoel: De leerling uit groep 8 begrijpt de relatie tussen breuken en decimale getallen en kan veel voorkomende breuken, decimalen en procenten in elkaar omzetten.


Wat betekent dit nou eigenlijk?

Een breuk, een decimaal en een procent kunnen hetzelfde getal betekenen. (zie hier de lijst)

Bijvoorbeeld:

1/8 = 0,125 = 12,5%

Het zijn drie verschillende manieren om dezelfde hoeveelheid te schrijven.

Onthoud:

  • Een breuk is een deling (1 ÷ 8).
  • Een decimaal is een kommagetal.
  • Een procent betekent: van de 100.

Voorbeeldsom

In een handelshuis in de 18e eeuw wordt peper verdeeld. Een koopman verkoopt 1/4 van zijn voorraad. Wat betekent dat?

Breuk → decimaal

Deel teller door noemer.
1/4 → 1 ÷ 4 = 0,25

Decimaal → procent

Vermenigvuldig met 100.
0,25 × 100 = 25%

Procent → breuk

25% = 25/100 = 5/20 = 1/4

Oefenvragen

1. Wat is 1/9 als procent?

A. 9%
B. 10%
C. 11,11%
D. 12,5%


2. Wat is 0,2 als breuk?

A. 1/2
B. 1/5
C. 2/5
D. 1/20


3. Wat is 40% als kleinste breuk?

A. 4/100
B. 4/10
C. 1/4
D. 2/5


Antwoorden met uitleg

  1. C → 1 ÷ 9 = 0,111….. → 11,1%
  2. B → 0,2 = 2/10 = 1/5
  3. D → 40/100 = 4/10 = 2/5