Leerdoel: De leerling uit groep 8 begrijpt de relatie tussen breuken en decimale getallen en kan veel voorkomende breuken, decimalen en procenten in elkaar omzetten.
Wat betekent dit nou eigenlijk?
Een breuk, een decimaal en een procent kunnen hetzelfde getal betekenen. (zie hier de lijst)
Bijvoorbeeld:
1/8 = 0,125 = 12,5%
Het zijn drie verschillende manieren om dezelfde hoeveelheid te schrijven.
Onthoud:
- Een breuk is een deling (1 ÷ 8).
- Een decimaal is een kommagetal.
- Een procent betekent: van de 100.
Voorbeeldsom

Breuk → decimaal
Deel teller door noemer.
1/4 → 1 ÷ 4 = 0,25
Decimaal → procent
Vermenigvuldig met 100.
0,25 × 100 = 25%
Procent → breuk
25% = 25/100 = 5/20 = 1/4
Oefenvragen
1. Wat is 1/9 als procent?
A. 9%
B. 10%
C. 11,11%
D. 12,5%
2. Wat is 0,2 als breuk?
A. 1/2
B. 1/5
C. 2/5
D. 1/20
3. Wat is 40% als kleinste breuk?
A. 4/100
B. 4/10
C. 1/4
D. 2/5
Antwoorden met uitleg
- C → 1 ÷ 9 = 0,111….. → 11,1%
- B → 0,2 = 2/10 = 1/5
- D → 40/100 = 4/10 = 2/5