Ga naar de inhoud

BG-09: Breuken vergelijken en ordenen. 

Leerdoel: de leerling uit groep 7 kan (samengestelde) breuken vergelijken en ordenen en kan uitleggen waarom die bepaalde volgorde klopt.

Wat betekent dit nou eigenlijk?

In groep 7 ga je een stap verder.

Je kunt niet alleen zeggen welke breuk groter is,
maar je kunt ook uitleggen waarom.

Je vergelijkt bijvoorbeeld:

  • gewone breuken → 3/4
  • samengestelde breuken → 1 3/4
  • breuken met verschillende noemers → 2/3 en 3/5

Je redeneert stap voor stap:

  1. Kijk eerst naar het hele getal (bij samengestelde breuken).
  2. Zijn die gelijk? Dan vergelijk je de breuken.
  3. Maak ze eventueel gelijknamig (zelfde noemer).
  4. Of reken ze om naar decimalen.

Voorbeeldsom

In het destijds moderne Engelse Industrialisatie kocht een fabriek eigenaren metaal per ton. Welke klant koopt het minst, welk meest en welke zit in het midden?

Stap 1 – Kijk naar hele getallen

1 1/4 heeft een heel getal (1).
De andere twee niet.

Dus 1 1/4 is het grootst.

Stap 2 – Vergelijk 3/4 en 1/2

Maak ze gelijknamig:

1/2 = 2/4

Nu vergelijk je:

2/4 < 3/4

Volgorde van klein naar groot:

1/2 – 3/4 – 1 1/4

Oefenvragen

1. Zet op volgorde (van klein naar groot):

2/3 – 1 1/3 – 5/6

A. 2/3 – 5/6 – 1 1/3
B. 5/6 – 2/3 – 1 1/3
C. 1 1/3 – 2/3 – 5/6
D. 2/3 – 1 1/3 – 5/6


2. Welke is groter?

A. 7/8
B. 3/4
C. Even groot
D. Niet te vergelijken


3. Zet in volgorde:

1 en 1/2 – 1 en 3/4 – 1 en 1/4

A. 1 1/4 – 1 1/2 – 1 3/4
B. 1 3/4 – 1 1/2 – 1 1/4
C. 1 1/2 – 1 1/4 – 1 3/4
D. 1 1/4 – 1 3/4 – 1 1/2


Antwoorden met uitleg

  1. A
    2/3 = 4/6
    5/6
    1 en 12/6
  2. A
    7/8 = 0,875
    3/4 = 0,75
  3. A
    Allemaal hebben ze 1 hele.
    Dus vergelijk je de breuken:
    1/4 < 1/2 < 3/4