Leerdoel: de leerling uit groep 7 kan (samengestelde) breuken vergelijken en ordenen en kan uitleggen waarom die bepaalde volgorde klopt.
Wat betekent dit nou eigenlijk?
In groep 7 ga je een stap verder.
Je kunt niet alleen zeggen welke breuk groter is,
maar je kunt ook uitleggen waarom.
Je vergelijkt bijvoorbeeld:
- gewone breuken → 3/4
- samengestelde breuken → 1 3/4
- breuken met verschillende noemers → 2/3 en 3/5
Je redeneert stap voor stap:
- Kijk eerst naar het hele getal (bij samengestelde breuken).
- Zijn die gelijk? Dan vergelijk je de breuken.
- Maak ze eventueel gelijknamig (zelfde noemer).
- Of reken ze om naar decimalen.
Voorbeeldsom

Stap 1 – Kijk naar hele getallen
1 1/4 heeft een heel getal (1).
De andere twee niet.
Dus 1 1/4 is het grootst.
Stap 2 – Vergelijk 3/4 en 1/2
Maak ze gelijknamig:
1/2 = 2/4
Nu vergelijk je:
2/4 < 3/4
Volgorde van klein naar groot:
1/2 – 3/4 – 1 1/4
Oefenvragen
1. Zet op volgorde (van klein naar groot):
2/3 – 1 1/3 – 5/6
A. 2/3 – 5/6 – 1 1/3
B. 5/6 – 2/3 – 1 1/3
C. 1 1/3 – 2/3 – 5/6
D. 2/3 – 1 1/3 – 5/6
2. Welke is groter?
A. 7/8
B. 3/4
C. Even groot
D. Niet te vergelijken
3. Zet in volgorde:
1 en 1/2 – 1 en 3/4 – 1 en 1/4
A. 1 1/4 – 1 1/2 – 1 3/4
B. 1 3/4 – 1 1/2 – 1 1/4
C. 1 1/2 – 1 1/4 – 1 3/4
D. 1 1/4 – 1 3/4 – 1 1/2
Antwoorden met uitleg
- A
2/3 = 4/6
5/6
1 en 12/6 - A
7/8 = 0,875
3/4 = 0,75 - A
Allemaal hebben ze 1 hele.
Dus vergelijk je de breuken:
1/4 < 1/2 < 3/4