Leerdoel: de leerling uit groep 6 kan veel voorkomende benoemde breuken vergelijken en ordenen en kan hierover redeneren.
Wat betekent dit nou eigenlijk?
Soms staat er bij een breuk ook een maat: liter, meter, kilo of uur.
Dat noem je een benoemde breuk.
Bijvoorbeeld:
- 3/4 liter
- 1/2 meter
- 1 1/2 uur
Je moet dan kunnen:
- Zien welke hoeveelheid groter of kleiner is.
- Uitleggen waarom dat zo is.
Je redeneert dus met het geheel in je hoofd.
Je denkt: “Hoe groot is dit deel eigenlijk?”
Voorbeeldsom

– 2/3 liter
– 3/3 liter
– 1 2/3 liter
Wat zie je?
- 3/3 liter = 1 hele liter
- 2/3 liter is minder dan 1 liter
- 1 2/3 liter is meer dan 1 liter
Dus:
2/3 is minder dan 3/3, wat minder is dan 1 en 2/3
Oefenvragen
1. Wat is groter?
A. 1/3 meter
B. 2/3 meter
C. Even groot
D. Niet te vergelijken
2. Zet in de juiste volgorde (van groot naar klein ):
1/4 kg – 3/4 kg – 1 1/4 kg
A. 3/4 – 1/4 – 1 1/4
B. 1/4 – 3/4 – 1 1/4
C. 1 1/4 – 3/4 – 1/4
D. 3/4 – 1 1/4 – 1/4
3. Welke redenering klopt?
A. 2/5 liter is groter dan 2/3 liter, want 5 is groter dan 3
B. 2/3 liter is groter dan 2/5 liter, want derde delen zijn groter dan vijfde delen
C. Ze zijn even groot
D. Dat kun je niet weten
Antwoorden
B-C-B