Ga naar de inhoud

BB-13:  Breuk delen door een breuk.

Leerdoel: leerling uit groep 8 kan een breuk delen door een breuk, met name in contextsituaties.

Groep/niveau

  • Groep: 8
  • Niveau: 1S (streef; dit is de moeilijkste stap in de leerlijn breuken).

Wat betekent dit nou eigenlijk?

Als je een breuk door een breuk deelt, vraag je: Hoe vaak past die breuk in de andere breuk? Je telt dus hoeveel stukjes erin passen. Zoals: Hoe vaak past 1/10 liter in 2/3 liter? (Dit is de moeilijkste stap in het leren van breuken.)

Dit doe je door deze regel te leren:

Delen door een breuk = vermenigvuldigen met het omgekeerde.

Voorbeeldsom

Je hebt 2/3 liter melk. Je schenkt in pakjes van 1/10 liter. Hoeveel pakjes kun je vullen?

Hier staat: 23\frac{2}{3} ÷ 110\frac{1}{10}

Delen door een breuk = vermenigvuldigen met het omgekeerde.

Dus je draait de tweede breuk op: 110\frac{1}{10} wordt 101\frac{10}{1} en je vervangt de ÷ met x.

Hier staat nu: 23\frac{2}{3} x 101\frac{10}{1} = 203\frac{20}{3}

203\frac{20}{3} = 2 23\frac{2}{3}

Je kunt 6 hele pakjes vullen en nog 2/3 van een pakje extra.

Oefenvragen

1. 3/4 ÷ 1/2 = ?

A. 3/8
B. 3/2
C. 6/4
D. 1/2


2. 5/3 ÷ 5/6 = ?

A. 2
B. 1
C. 6/3
D. 5/18


3. 2/5 ÷ 1/10 = ?

A. 2
B. 4
C. 5
D. 10


Antwoorden (kort)

  • 1 → B → 3/4 × 2/1 = 6/4 = 3/2
  • 2 → A → 5/3 × 6/5 = 30/15 = 2
  • 3 → B → 2/5 × 10/1 = 20/5 = 4

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *