Ga naar de inhoud

BB-11: Breuk × breuk vermenigvuldigen.

Leerdoel: leerling uit groep 8 kan een breuk met een breuk vermenigvuldigen in contextsituaties en in formele sommentaal.

Groep/niveau

  • Groep: 8
  • Niveau: 1S (streef; dit is een moeilijker vaardigheid dan de basis 1F).

Wat betekent dit nou eigenlijk?

Als je een breuk met een breuk vermenigvuldigt, neem je een deel van een deel.

Bijvoorbeeld:

1/4 van 1/2 liter melk.

Je neemt eerst een halve liter.
Daarvan neem je weer een kwart.

Dus je verdeelt iets twee keer.

Voorbeeldsom

In een drukatelier in de 19e eeuw maakt een kunstenaar een lithografie op een grote steen. Van de steen wordt eerst 34\frac{3}{4} gebruikt voor de afbeelding. Van dat deel wordt vervolgens 25\frac{2}{5} bedrukt met rode inkt.

Je neemt een deel van een deel.

Dat schrijf je als:34×25\frac{3}{4} \times \frac{2}{5}

Stap 1 – Vermenigvuldig de tellers

3 × 2 = 6

Stap 2 – Vermenigvuldig de noemers

4 × 5 = 20

Dus:620\frac{6}{20}

Oefenvragen

1. 2/5 × 3/4 = ?

A. 6/20
B. 6/9
C. 5/12
D. 3/20


2. 4/7 × 2/3 = ?

A. 8/21
B. 6/10
C. 4/10
D. 2/21


3. Een kok gebruikt 3/4 van 2/3 kilo meel.

Hoeveel kilo gebruikt hij?

A. 6/12
B. 1/2
C. 2/3
D. 3/8


Antwoorden (kort)

  • 1 → A → 6/20 = 3/10
  • 2 → A → 8/21
  • 3 → B → 3/4 × 2/3 = 6/12 = 1/2