Ga naar de inhoud

BB-09: Ongelijknamige breuken optellen / aftrekken

Leerdoel: leerling uit groep 8 kan ongelijknamige breuken optellen en aftrekken, inclusief helen eruit halen en vereenvoudigen, ook via de standaardprocedure ‘gelijknamig maken’.

Groep/niveau

  • Groep: 8

Niveau:1F (basis voor eenvoudige sommen), 1S (streef bij grotere en complexere breuken).


Wat betekent dit nou eigenlijk?

Soms hebben breuken verschillende noemers.

Bijvoorbeeld:

1/2 + 1/3

Je kunt ze niet meteen optellen,
want de stukjes zijn niet even groot.

Dus:

Maak ze eerst gelijknamig.
Tel of trek de tellers op/af.
Haal eventueel helen eruit.
Vereenvoudig als dat kan.

Voorbeeldsom

In de achteraf straatjes van een Megapolis verkoopt een dubieuze handelaar 15\frac{1}{5} liter benzine en 12\frac{1}{2} liter propaan aan een held die geen oplossingen meer ziet tegen de criminaliteit. Hoeveel liter heeft hij bij elkaar gekocht?

Oefenvragen

1. 3/5 + 1/4 = ?

A. 4/9
B. 17/20
C. 4/5
D. 7/9


2. 5/6 − 1/3 = ?

A. 4/6
B. 1/2
C. 2/6
D. 1/3


3. 9/8 + 3/4 = ?

A. 12/12
B. 15/8
C. 1 7/8
D. 1 3/4


Antwoorden (kort)

  • 1 → B → 12/20 + 5/20 = 17/20
  • 2 → B → 5/6 − 2/6 = 3/6 = 1/2
  • 3 → C → 9/8 + 6/8 = 15/8 = 1 7/8