Leerdoel: de leerling uit groep 7 kan de nieuwe prijs berekenen als de oorspronkelijke prijs en een eenvoudig kortingspercentage (10%, 20%, 25% of 50%) gegeven zijn.
Wat betekent dit nou eigenlijk?
Bij korting gebeurt er iets belangrijks:
- Je berekent eerst hoeveel de korting is.
- Daarna trek je dat bedrag van de oude prijs af.
Een paar handige weetjes:
- 10% = een tiende (delen door 10)
- 20% = twee tienden (delen door 5)
- 25% = een kwart (delen door 4)
- 33,3% = een derde (delen door 3)
- 50% = de helft (delen door 2)
Als je dat weet, kun je sneller rekenen.
Voorbeeldsom

33,3% is een derde.
Een derde van €18 is 18 delen door 3, dus €18 : 3 = 6.
Dus je krijgt €6 korting. Je betaalt dan €18 – €6 = €12.
Dat betekent eigenlijk:
Je betaalt voor 2 monsterballen en krijgt er 1 gratis.
Oefenvragen
1.
Een rugzak kost €60. Er is 10% korting. Wat is de nieuwe prijs?
A) €50
B) €54
C) €56
D) €58
2.
Een fiets kost €200. Er is 20% korting. Wat betaal je?
A) €150
B) €160
C) €170
D) €180
3.
Een spelcomputer kost €120. Er is 25% korting. Wat kost hij nu?
A) €80
B) €85
C) €90
D) €95
4.
Een winterjas kost €140. Er is 50% korting. Wat betaal je?
A) €60
B) €65
C) €70
D) €75
5.
Een horloge kost €90. Er is 20% korting. Wat is de nieuwe prijs?
A) €70
B) €72
C) €75
D) €78
Antwoorden
- B (10% van 60 = 6 → 60 − 6 = 54)
- B (20% van 200 = 40 → 200 − 40 = 160)
- C (25% van 120 = 30 → 120 − 30 = 90)
- C (50% van 140 = 70 → 140 − 70 = 70)
- B (20% van 90 = 18 → 90 − 18 = 72)