Leerdoel: leerling uit groep 8 kan een breuk delen door een breuk, met name in contextsituaties.
Groep/niveau
- Groep: 8
- Niveau: 1S (streef; dit is de moeilijkste stap in de leerlijn breuken).
Wat betekent dit nou eigenlijk?
Als je een breuk door een breuk deelt, vraag je: Hoe vaak past die breuk in de andere breuk? Je telt dus hoeveel stukjes erin passen. Zoals: Hoe vaak past 1/10 liter in 2/3 liter? (Dit is de moeilijkste stap in het leren van breuken.)
Dit doe je door deze regel te leren:
Delen door een breuk = vermenigvuldigen met het omgekeerde.
Voorbeeldsom

Hier staat: ÷
Delen door een breuk = vermenigvuldigen met het omgekeerde.
Dus je draait de tweede breuk op: wordt en je vervangt de ÷ met x.
Hier staat nu: x =
= 2
Je kunt 6 hele pakjes vullen en nog 2/3 van een pakje extra.
Oefenvragen
1. 3/4 ÷ 1/2 = ?
A. 3/8
B. 3/2
C. 6/4
D. 1/2
2. 5/3 ÷ 5/6 = ?
A. 2
B. 1
C. 6/3
D. 5/18
3. 2/5 ÷ 1/10 = ?
A. 2
B. 4
C. 5
D. 10
Antwoorden (kort)
- 1 → B → 3/4 × 2/1 = 6/4 = 3/2
- 2 → A → 5/3 × 6/5 = 30/15 = 2
- 3 → B → 2/5 × 10/1 = 20/5 = 4