Ga naar de inhoud

BB-12:  Delen van een geheel getal door een breuk.

Leerdoel: leerling uit groep 8 kan een heel getal delen door een breuk of door een gemengd getal, met name in contextsituaties.


Wat betekent dit nou eigenlijk?

Als je deelt door een breuk, vraag je eigenlijk: “Hoe vaak past die breuk in het hele getal?

Je kan denken aan hoeveel blikjes van 14\frac{1}{4} liter gevuld kunnen worden met een fles van 2 liter.

Om het uit te rekenen neem je het gehele getal en vermenigvuldig je dit met de noemer. Vervolgens deel je het door de teller.

Voorbeeldsom

Je hebt een fles van 2 liter. Je schenkt in blikjes van 14\frac{1}{4} liter. De vraag is: Hoeveel blikjes kun je vullen?

1 liter bevat 4 keer 14\frac{1}{4} liter. Dus 2 liter bevat 2 × 4 = 8 keer 14\frac{1}{4} liter.

Dus: 2 ÷ 14\frac{1}{4} = 8. Je kunt 8 blikjes vullen.

2 delen met de noemer = 2 x 4 = 8
8 delen door de teller = 8 : 1 = 8

Ezelsbrug:

Delen door een breuk is keer de omgekeerde breuk

Oefenvragen

1. 15 ÷ 1/3 = ?

A. 5
B. 15
C. 30
D. 45


2. 8 ÷ 2½ = ?

A. 3,2
B. 4,2
C. 5,2
D. 6,2


3. 9 ÷ 2/3 = ?

A. 9
B. 12
C. 12,5
D. 13,5


Antwoorden (kort)

  • 1 → D → 15 × 3 = 45
  • 2 → A → 2,5 = 52\frac{5}{2} . 8 ÷ 52\frac{5}{2} = (8 x 2) / 5 = 3,2
  • 3 → D → (9 x 3) = 27. Daarna 27 / 2 = 13,5