Leerdoel: leerling uit groep 8 kan een heel getal delen door een breuk of door een gemengd getal, met name in contextsituaties.
Wat betekent dit nou eigenlijk?
Als je deelt door een breuk, vraag je eigenlijk:
Hoe vaak past die breuk in het hele getal?
Je kan denken aan hoeveel blikjes van 1/4 liter gevuld kunnen worden met een fles van 2 liter.
Om het uit te rekenen neem je het gehele getal en vermenigvuldig je dit met de noemer. Vervolgens deel je het door de teller.
Voorbeeldsom

1 liter bevat 4 keer 1/4 liter. Dus 2 liter bevat 2 × 4 = 8 keer 1/4 liter.
Dus: 2 ÷ 1/4 = 8 Je kunt 8 blikjes vullen.
2 delen met de noemer = 2 x 4 = 8
8 delen door de teller = 8 : 1 = 8
Oefenvragen
1. 15 ÷ 1/3 = ?
A. 5
B. 15
C. 30
D. 45
2. 8 ÷ 2½ = ?
A. 3,2
B. 4,2
C. 5,2
D. 6,2
3. 9 ÷ 2/3 = ?
A. 9
B. 12
C. 12,5
D. 13,5
Antwoorden (kort)
- 1 → D → 15 × 3 = 45
- 2 → A → 2,5 = . 8 ÷ = (8 x 2) / 5 = 3,2
- 3 → D → (9 x 3) = 27. Daarna 27 / 2 = 13,5