Leerdoel: leerling uit groep 7 kan in contextsituaties met veel voorkomende breuken een heel getal delen door een breuk.
Wat betekent dit nou eigenlijk
Soms deel je niet door een heel getal,
maar door een breuk.
Bijvoorbeeld:
5 liter soep wordt verdeeld in bakjes van 1/4 liter.
De vraag is dan:
Hoeveel bakjes kun je vullen?
Voorbeeldsom

Je rekent:
5 ÷ 1/4
Dat betekent eigenlijk:
Hoe vaak past 1/4 in 5?
Je hebt 4 kwarten in een hele. Dus in 5 hele heb je 5 x 4 kwart = 20 kwart.
Rekenkundig draai je de som om; 1/4 : 5 = 5 x 4 gedeeld door 1.
Oefenvragen
1. 8 ÷ 1/2 = ?
A. 4
B. 8
C. 16
D. 2
2. 9 ÷ 1/3 = ?
A. 3
B. 6
C. 18
D. 27
3. 10 liter sap wordt verdeeld in flessen van 1/5 liter.
Hoeveel flessen kun je vullen?
A. 20
B. 30
C. 40
D. 50
Antwoorden (kort)
- 1 → C → 8 × 2 = 16
- 2 → D → 9 × 3 = 27
- 3 → D → 10 × 5 = 50