Doelgroep: de leerling uit groep 8 kan breuken vereenvoudigen (waaronder ook ‘helen eruit halen’) en kan aangeven of een breuk de meest vereenvoudigde breuk is.
Wat betekent dit nou eigenlijk?
Soms kun je een breuk kleiner opschrijven, zonder dat de waarde verandert. Dat noem je vereenvoudigen. Bijvoorbeeld:
Stap 1: Kijk of teller en noemer door hetzelfde getal te delen zijn
- 46 is een even getal → deelbaar door 2
- 6 is ook even → deelbaar door 2
Dus: we kunnen allebei door 2 delen.
Stap 2: Deel teller en noemer door 2
- 46 ÷ 2 = 23
- 6 ÷ 2 = 3
Dus:
Stap 3: Check of het nu echt niet verder kan
- 23 is een priemgetal (deelbaar alleen door 1 en 23)
- 3 is deelbaar door 1 en 3
Ze hebben geen gemeenschappelijke deler groter dan 1.
Dus is de meest vereenvoudigde breuk.
Voorbeeldsom

= 54 delen door 8 -> 6 x 8 = 48 en dan houd je 6 van de 8 over. Dit is . Totaal heeft hij 6 volle zaken en over.
Oefenvragen
1. Vereenvoudig 36/48
A. 3/4
B. 6/8
C. 9/12
D. 2/3
2. Haal de helen eruit bij 52/6
A. 8 2/6
B. 8 4/6
C. 8 2/3
D. 9 2/3
3. Vereenvoudig 45/60
A. 3/4
B. 4/5
C. 9/12
D. 5/6
4. Is 18/35 volledig vereenvoudigd?
A. Ja
B. Nee, het kan 6/15 worden
C. Nee, het kan 9/17 worden
D. Nee, het kan 3/5 worden
5. Vereenvoudig en haal de helen eruit: 64/12
A. 5 4/12
B. 5 1/3
C. 6 1/4
D. 5 4/3
Antwoorden (kort en duidelijk)
1 → A (3/4) -> 36 en 48 zijn allebei deelbaar door 12, dus 36/48 = 3/4.
2 → C (8 2/3) -> 52 ÷ 6 = 8 rest 4 en 4/6 vereenvoudig je naar 2/3.
3 → A (3/4) -> 45 en 60 zijn deelbaar door 15, dus 45/60 = 3/4.
4 → A (Ja) -> 18 en 35 hebben geen gemeenschappelijke deler groter dan 1.
5 → B (5 1/3) -> 64 ÷ 12 = 5 rest 4 en 4/12 vereenvoudig je naar 1/3.