Leerdoel: de leerling uit groep 7 kan kritisch denken en redeneren over breuken als getallen in realistische probleemsituaties en kan uitleggen waarom een antwoord logisch is.
Wat betekent dit nou eigenlijk?
In groep 7 gaat het niet alleen om uitrekenen.
Je moet kunnen nadenken:
Klopt dit antwoord / deze stelling eigenlijk wel? Is dit logisch?
- Kan dit groter of kleiner zijn dan 1?
- Hoeveel blijft er over?
- Kan deze situatie wel bestaan?
Voorbeeldsom

De kapitein zegt:
“We hebben al 7/6 van het ruim gevuld.”
Kan dat?
Uitleg:
Wat betekent 7/6?
7 ÷ 6 = 1 1/6
Dat is meer dan één hele lading.
Maar het schip kan maar 1 hele lading bevatten.
Dus; dat kan niet, tenzij er meerdere schepen zijn.
Uitrekenen:
- Het hele ruim = 6/6
- 7/6 is groter dan 6/6
- 7/6 = 1 hele + 1/6 extra
- Dat past niet in één schip
Dus:
De uitspraak klopt alleen als het over méér dan één ruim gaat.
Oefenvragen
1. Een pizza is verdeeld in 8 stukken.
Iemand eet 9/8 pizza. Kan dat?
A. Ja
B. Nee
C. Alleen als er meer pizza’s zijn
D. Dat weet je niet
2. Welke breuk is groter dan 1?
A. 3/5
B. 7/8
C. 9/4
D. 4/9
3. Iemand zegt: “1/10 is groter dan 1/5, want 10 is groter dan 5.”
Wat klopt?
A. Dat is juist
B. Dat is fout, want meer delen betekent kleinere stukken
C. Dat kun je niet weten
D. Ze zijn even groot
Antwoorden met uitleg
- C → 9/8 = 1 1/8, dus alleen als er meer dan één pizza is
- C → teller groter dan noemer
- B → bij teller 1 geldt: hoe groter de noemer, hoe kleiner de breuk