Ga naar de inhoud

CV-3a/b: Eenvoudige verhoudingen in procenten omzetten (1F/1S)

Leerdoel (1F): De leerling kan eenvoudige verhoudingen omzetten naar percentages, bijvoorbeeld met een verhoudingstabel waarin wordt gerekend naar 100.

Leerdoel (1S): Hierbij wordt nog steeds gerekend naar 100, maar met moeilijkere getallen of zonder context.

Wat betekent dit nou eigenlijk? (1F)

Soms staat er iets als “1 op de 4” in een tekst. Dan wil je weten: hoeveel procent is dat?
Bij dit leerdoel leer je dat een verhouding zoals 1 op 4 ook betekent:

  • 1 van de 4 = ¼
  • Dat is 25 op de 100
  • En dus 25%

Je leert hierbij handig naar 100 toe rekenen, bijvoorbeeld met een verhoudingstabel, en soms zelfs uit je hoofd.

Voorbeeld

Op een schaal liggen 20 heerlijk verse baklava’s. Vijf van deze stukken worden stiekem door een dikke, met melk gevilde, kat gegeten. Hoeveel procent van de baklava’s zijn verdwenen.

We kijken eerst naar de breuk: 5 van de 20 = 5/20

Die breuk kun je eenvoudiger maken: 5/20 = 1/4

Dus de kat heeft een kwart van alle baklava’s opgegeten.

En een kwart is: 25% Dus het antwoord is: 25% is verdwenen.

Oefenvragen

In een zonnig plein in Havana rond 1920 is een grote salsawedstrijd bezig. Er dansen 50 mensen op muziek van een live band met trommels en gitaren. Tussen de dansers zie je:

  • een groep dansers die soepel en snel bewegen
  • en een kleine groep van 5 dansers die langzaam en houterig bewegen.

Hoeveel procent van alle deelnemers heeft langzame bewegingen?